Filter op opleidingsniveau

 

           

Het UWV en ROA hebben in hun rapport gekozen om de arbeidsmarktpositie van opleidingen te classificeren aan de hand van vijf indicatoren. Zij geven aan dat de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt zich namelijk op verschillende manieren uit. Een voorbeeld is het werkloosheidspercentage. Weinig schoolverlaters zijn werkloos, ook omdat men niet altijd in aanmerking komt voor een uitkering. Daarnaast zijn er ook genoeg schoolverlaters die door omstandigheden weinig werken en daardoor niet werkloos zijn, maar wel een laag maandinkomen hebben. Daarom is ook het bruto maandinkomen meegenomen als één van de indicatoren. Er is bewust gekozen voor het maandinkomen - en niet voor het uurloon - omdat een zeer fors deel van de werkende schoolverlaters vaak meer uur wil werken dan ze nu doen. De twee indicatoren zijn aangevuld met kans op werk in eigen richting, kans op werk op eigen niveau en de kans op flexibel werk. Zeker de eerste twee factoren worden opgevat als indicaties voor een slechte arbeidsmarktpositie en correleren ook met een lage baantevredenheid. 

In onderstaande tabel zijn de mbo-opleidingen gerangschikt van meest kansrijk naar minst kansrijk. De plek op de ranglijst is bepaald aan de hand van de score op de vijf criteria. De gunstige top 20 zijn groen gemarkeerd en de ongunstige top 20 zijn rood gemarkeerd. Indien een opleiding buiten de top 20 viel maar wel een vergelijkbare score behaalde als een opleiding binnen de top 20, is de opleiding toch gemarkeerd.

Onderstaande figuur toont het bruto maandinkomen versus de kans op werk in eigen richting.

Onderstaande figuur toont het bruto maandinkomen versus de kans op werk op eigen niveau.

Onderstaande figuur toont het bruto maandinkomen versus het werkloosheidspercentage